Verzekeraar moet van rechter smartengeld betalen om trage afhandeling

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geconcludeerd dat een trage afhandeling van een letselschadedossier voldoende reden is om smartengeld aan een letselschadeslachtoffer toe te kennen. Het hof deed de uitspraak in een zaak over een kop-staartbotsing uit 1999. Hierbij liep een boer het postwhiplashsyndroom op.

Nadat verzekeraar Aegon aansprakelijk werd gesteld, volgde een moeizame en stroperige behandeling van de zaak. Zo weigerde de verzekeraar in eerste instantie een verzekeringsarts in te schakelen. Ook wijzigde Aegon diverse keren van koers in het dossier. Pas laat werden daarnaast voorschotten betaald. Het hof kent daarom € 10.000 smartengeld toe aan het slachtoffer, bovenop de reeds toegekende schadevergoeding.

Volgens het hof is het niet ongebruikelijk dat letselschadezaken van voor 2006 moeizaam werden afgehandeld. In dat jaar werd namelijk de eerste Gedragscode Behandeling Letselschade ingesteld. Hierin staat dat er moet worden gestreefd dat letselschadezaken na een verkeersongeval binnen twee jaar moeten worden afgehandeld. Naast het smartengeld moet Aegon ook betalen voor onder meer het verlies aan verdienvermogen. Verder moeten medische kosten, reiskosten, (aanpassingen aan) machines en herstructureringskosten worden vergoed.