Verzekeraar moet letselschade betalen na uit de hand gelopen burenruzie

De rechter oordeelde onlangs dat een man die een taakstraf kreeg voor een duw met ernstig letsel tot gevolg, daarmee geen crimineel gedrag liet zien. Dankzij dit oordeel kon de man een beroep doen op zijn aansprakelijkheidsverzekering. Hierdoor moet de verzekeraar de kosten vergoeden voor letselschade voortvloeiende uit een burenruzie.

In 2015 gaf de betreffende man zijn buurvrouw een duw nadat deze zijn zoon zou hebben geslagen. De buurvrouw – die onder invloed was van alcohol – viel daarop met haar hoofd op een tegel en belandde in coma. Eenmaal uit de coma moest de vrouw ruim een half jaar revalideren. Ze heeft sinds het ongeval bovendien chronische hoofdpijn. Haar buurman werd veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur voor mishandeling met zwaar letsel tot gevolg. De verzekeraar meende dat er sprake was van crimineel gedrag, zoals omschreven in de opzetclausule van de aansprakelijkheidsverzekering. Echter, voor het ‘opzettelijk toebrengen van letsel’ werd de man vrijgesproken. Het hof wees in 2017 aan de vrouw een immateriële schadevergoeding toe van € 1.000,-.

In 2018 spande de buurvrouw een civiele procedure aan. Daarop wees de rechtbank haar € 64.000 toe voor materiële schade. Ook heeft de vrouw volgens het hof recht op € 29.000 aan immateriële schade. De buurman wilde deze bedragen op zijn verzekeraar verhalen, maar deze wees vervolgens op de opzetclausule. De verzekeraar meende dat de schade door ‘opzettelijk wederrechtelijk handelen’ veroorzaakt is. De rechter concludeerde dat het voorval weliswaar aan de toepassing van de opzetclausule voldoet. Echter, door de omstandigheden kan er geen beroep op worden gedaan. Dat de duw een gewelddadig karakter had, zoals de verzekeraar stelt, kan namelijk niet worden bewezen. Door de alcohol kon de vrouw de duw mogelijk niet opvangen. Bovendien is uit niets af te leiden dat de man de intentie had de vrouw letsel toe te brengen of ten val te brengen.

Doordat het beroep op de opzetclausule is gefaald, moet de verzekeraar de toegewezen schadevergoeding van zo’n € 93.000 vergoeden. De totale schadepost, inclusief proceskosten voor de man en de vrouw, komt neer op ruim een ton.