Spoorpersoneel onvoldoende voorbereid op aanrijdingen

Uit een enquête onder 900 leden van de spoorvakbond VVMC blijkt dat machinisten en conducteurs zich onvoldoende voorbereid voelen op aanrijdingen met een persoon. Bijna twee op de drie geeft aan in het verleden een aanrijding met een persoon meegemaakt te hebben. Een gedeelte van hen heeft daarna psychische klachten ontwikkeld.

De hoofdconducteurs is vaak de eerste die de trein uit gaat om het slachtoffer af te dekken of eerste hulp te verlenen. De impact van een dergelijke gebeurtenis is vaak traumatisch en kan leiden tot langdurig ziekteverzuim. Het onderzoek werd verricht door studenten Journalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Cijfers van geregistreerde beroepsziekten bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) ondersteunen dit beeld. Zo staat spoorpersoneel bij ‘beroepsziekten door een traumatische ervaring’ in de jaren 2017 tot 2020 op een vierde plaats. Onder treinmachinisten en hoofdconducteurs komt PTSS relatief veel voor. Uit de enquête blijkt ook dat zo’n 75 procent van de ondervraagden vindt dat zij voldoende voorbereid zijn op het verlenen van eerste hulp. Ook geven ze aan dat er in de opleiding meer aandacht aan de psychische gevolgen moet worden besteed. De nazorg wordt over het algemeen als ‘goed’ ervaren. De NS heeft bijvoorbeeld een opvangorganisatie voor mensen met traumatische ervaringen in het leven geroepen. 

Overigens schonk actualiteitenprogramma EenVandaag in 2012 aandacht aan de psychische gevolgen van zelfdoding op het spoor. Destijds gaven NS-medewerkers al aan praktisch en psychisch niet goed voorbereid te zijn om hun taken bij een zelfdoding uit te voeren. In een reactie laat de NS weten de signalen serieus te nemen. De organisatie is geïnteresseerd in de volledige onderzoeksresultaten van de universiteit. De NS heeft een extern bureau ingeschakeld dat onderzoekt hoe de spoorwegorganisatie collega’s die een aanrijding hebben meegemaakt kan ondersteunen.