ASP oneens met kanttekeningen Verbond van Verzekeraars aangaande Wetsvoorstel Affectieschade

Als slachtoffers zijn overleden of ernstig letsel hebben opgelopen door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, kunnen hun nabestaanden of naasten in de toekomst aanspraak maken op vergoeding van affectieschade, als het aan de Tweede Kamer ligt.

Het Wetsvoorstel Affectieschade waarin dit staat beschreven is namelijk op 9 mei jl. aangenomen. Binnenkort zal ook de Eerste Kamer zich over het wetvoorstel buigen. Daarom is het voorstel afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer voorbehandeld. ASP is verheugd dat het wetsvoorstel door de Tweede Kamer is aangenomen, maar is het oneens met de kanttekeningen die door het Verbond van Verzekeraars zijn geplaatst.

Het wetsvoorstel moet de positie van nabestaanden en naasten op twee manieren verbeteren. Niet alleen zorgt het wetsvoorstel voor een wettelijke grondslag voor de vergoeding van affectieschade, ook maakt het wetsvoorstel het voor naasten en nabestaanden mogelijk om zich met hun vordering tot vergoeding van affectieschade als benadeelde partij te voegen in het strafproces. Het Wetsvoorstel Affectieschade maakt het bovendien mogelijk dat aan stiefouders en stiefkinderen eenzelfde vergoeding wordt toegekend als aan biologische verwanten, wanneer er sprake is van een relatie in gezinsverband met een duurzaam karakter. ASP-voorzitter Mr. Tim Bueters: “Voor slachtoffers is het wetsvoorstel dan ook zeer belangrijk. Een vergoeding van affectieschade betreft immers een bevestiging van hun leed.”

Naasten van ernstig gewonden kunnen aanspraak maken op een vergoeding van letselschade wanneer er sprake is van een percentage van 40% blijvende invaliditeit (b.i.). Het Verbond van Verzekeraars meent echter dat een b.i.-percentage van 40% niet werkbaar zou zijn. Het percentage zou tot onduidelijkheid en vertraging kunnen leiden. ASP is het hiermee oneens en vindt het irreëel dat het verbond voor een b.i.-percentage van 70% pleit. Iemand die bijvoorbeeld rolstoelafhankelijk wordt, heeft 'slechts' een b.i.-percentage van 50%. Traumatisch hersenletsel met blijvende cognitieve beperking levert daarentegen een functionele invalidatie van 15-29% op.

Voor naasten van het letselschadeslachtoffer kan affectieschade echter een zeer forse invloed hebben op hun leven. Immers, voor de meeste (dagelijkse) activiteiten is er toezicht van derden nodig. Volgens ASP is het criterium van 70% dat door het Verbond van Verzekeraars wordt gesteld, dan ook dermate hoog dat het niet de juiste invulling vormt voor 'ernstig en blijvend letsel'.

ASP trekt die conclusie onder meer op basis van in de ‘ANWB Smartengeldgids’ gehanteerde letselcategorieën. Hierin staat dat ernstig letsel niet boven 16% uitkomt en bij 'zwaar letsel' de grens op 29% ligt. In geval van zeer zwaar letsel komt het percentage niet boven 54% uit. Niet voor niets pleit ASP voor een percentage van 40%. Overigens is affectieschade een vorm van immateriële schade die nauw verwant is aan een andere vorm van immateriële schade, te weten: smartengeld aan de gewonde zelf.