Vooralsnog geen smartengeld voor gedupeerden chroom-6

De rechtbank heeft onlangs bepaald dat oud-medewerkers van Defensie die met de kankerverwekkende stof chroom-6 werkten, voorlopig (nog) geen smartengeld ontvangen. De zaak werd voorgelegd aan een civiele rechter. Volgens de rechtbank zullen de gedupeerden de zaak namelijk aan een bestuursrechter moeten voorleggen.

Mogelijk vervolgstappen

De oud-medewerkers werkten op diverse locaties in ons land aan het onderhoud van NAVO-materieel. Denk aan het stralen van tanks met grit, dat het giftige chroom-6 bevatte. Defensie heeft reeds een coulanceregeling ingesteld. Zo’n driehonderd mensen kregen een vergoeding. Voor mensen die buiten deze regeling vallen, wil de advocaat van de gedupeerden daarnaast een vergoeding van minimaal 9000 euro. De advocaat van de gedupeerden beraadt zich daarom op een volgende stap; in beroep gaan tegen het vonnis van de rechtbank of het vonnis volgen en vervolgens naar de bestuursrechter gaan.

Ambtenaar moet naar bestuursrechter

Ambtenaren, waaronder defensiemedewerkers, die een vordering tegen hun (oud-)werkgever willen instellen, moeten bij de bestuursrechter aankloppen en niet bij de civiele rechter. Ambtenaren hebben namelijk een rechtspositie die aanzienlijk van de rechtpositie van een werknemer afwijkt. Een werknemer valt onder het arbeidsrecht en is werkzaam op grond van een arbeidsovereenkomst. Een ambtenaar is daarentegen bij een (semi-)overheidsinstantie werkzaam, alwaar deze is ‘aangesteld’. Hierdoor valt een ambtenaar onder het zogenoemde ambtenarenrecht. Dit recht valt op zijn beurt onder het bestuursrecht; het arbeidsrecht valt onder het civiele recht.