€ 250.000 smartengeld toegewezen in mishandelingszaak

Onlangs heeft het gerechtshof in Den Haag in een strafzaak € 250.000 smartengeld toegewezen aan een letselschadeslachtoffer: een recordbedrag.

Het betreffende letselschadeslachtoffer raakte ernstig gewond na een mishandeling. Sindsdien verkeert de man in een continue vegetatieve staat. Het slachtoffer is zich wel bewust van hetgeen om hem heen gebeurt, maar kan niet reageren. Behandeling is onmogelijk, aldus de arts van de man. De bewindvoerder van het slachtoffer heeft daarop een vordering ingediend in de strafzaak, bestaande uit zorgkosten en een substantieel bedrag aan smartengeld: € 250.000.

De rechtbank oordeelde in de eerste aanleg dat het inderdaad om zeer ernstig letsel gaat en wees € 175.000 toe. De verdachte is daarop in hoger beroep gegaan, onder meer omdat hij het ook niet eens was met de opgelegde straf. Hij betoogde dat het geld niet nodig is, omdat het bewustzijn van het slachtoffer zo laag is, dat deze het geld niet meer zelf kan besteden. Het gerechtshof bepaalde echter dat  het slachtoffer “nadeel heeft geleden in de vorm van gederfde levensvreugde en van oordeel is dat de omvang van de vordering slechts een fractie vertegenwoordigt van die gederfde levensvreugde.” Gegeven deze omstandigheden acht het Hof de toewijzing tot een bedrag van € 250.000 billijk, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

Dit betekent dat met de uitspraak van het Hof het plafond van de in Nederland door de rechter toegewezen smartengeldbedragen verhoogd wordt van € 200.000 naar € 250.000. Inclusief wettelijke rente is het toegewezen smartengeldbedrag inmiddels zelfs € 261.781,74. Opmerkelijk, aangezien er al langere tijd in Nederland wordt gediscussieerd over de omvang van het smartengeld. In vergelijking met andere Europese landen bleef het smartengeld in Nederland lange tijd achter. Zo wordt bij een verlamming van vier ledematen in Duitsland € 619.000 toegewezen. In het Verenigd Koninkrijk is dat € 330.000. In Nederland bleef de teller enige tijd op € 200.000 steken. Met de uitspraak in bovenstaande mishandelingszaak lijkt hier verandering in te komen.