No Cure No Pay

Op 24 juni 2004 heeft Ministerie van Justitie een persbericht doen uitgaan, waaruit blijkt dat Minister Donner geen voorstander is van No Cure No Pay. Hij heeft bezwaren tegen een experiment dat onder voorwaarden No Cure No Pay bij letsel -en overlijdensschade mogelijk maakt. Dit blijkt uit een brief van de bewindsman aan de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA).

De bijbehorende verordening van de NOvA is in strijd met 'de essentiële elementen die eigen zijn aan het beroep van advocaat en het rechtsbestel waarbinnen de advocaat zijn beroep uitoefent', aldus de minister in zijn brief. De bewindsman bereidt een vernietigingsbesluit voor. De NOvA heeft in maart van dit jaar de verordening vastgesteld. Het experiment zou op 1 november 2004 beginnen.

De minister zei al eerder dat de advocaat onbevangen moet zijn in zijn oordeel en aanpak. Hij moet de garantie bieden dat bij al zijn initiatieven in een zaak het belang van zijn cliënt voorop staat. Volgens de minister gaat het om absolute onafhankelijkheid. Daarom is het onverenigbaar dat de advocaat bij verlies de kostenrisico's van een procedure geheel of gedeeltelijk draagt en bij winst een belangrijk deel van de opbrengst krijgt. Dat maakt de advocaat praktisch tot partij in de procedure naast de cliënt. Dit roept de schijn van belangenvermenging op die niet past bij het beroep van advocaat.

No Cure No Pay kan bij advocaten leiden tot het uitsluitend aannemen van kansrijke zaken of zaken met een groot financieel belang. Daarbij bestaat het risico dat advocaten minder genegen zijn om ook zaken met een kleiner financieel belang of minder kansrijke zaken te behartigen. Het maatschappelijk belang van goede juridische bijstand door een advocaat is niet alleen gelegen in de financiële belangen die in het geding zijn. De nadelen voor de samenleving als geheel zijn naar het oordeel van minister Donner groter dan de voordelen. De bewindsman houdt vast aan het beleid in Nederland om het verbod op No Cure No Pay als meest vergaande vorm van resultaatgerelateerde beloning te handhaven. Dit is ook de lijn die in de meeste Europese landen wordt gevolgd. (Bron: ministerie van justitie)

Zoals het thans lijkt kunnen noch de NOvA noch de NMa iets ondernemen tegen het besluit van de Minister.

De Consumentenbond heeft een brandbrief gestuurd naar de Tweede Kamer met het verzoek minister Donner van Justitie ertoe te bewegen zijn voorstel te heroverwegen om de proef met No Cure No Pay te blokkeren. De bond is van mening dat met de proef de toegang tot het recht voor burgers wordt verbeterd en daardoor juist moet doorgaan. Het blokkeren van de proef zou wéér een poging van de minister zijn om burgers bij de rechter weg te houden. Volgens de Consumentenbond zijn de argumenten van de minister, zoals onafhankelijkheid van advocaten, achterhaald.

Ook VVD-Kamerlid Ruud Luchtenveld heeft moeite met de argumentatie. 'No cure no pay voorkomt dat advocaten belang zouden kunnen hebben bij de stroperigheid van procedures. Door de advocaat belanghebbend te maken bij de uitkomst van het proces, heeft hij belang bij duidelijkheid over het einde ervan.´
Luchtenveld leek het 'buitengewoon nuttig' om ervaring op te doen met No Cure No Pay. Juist bij letselschade zijn er vaak lange procedures met hoge advocatenkosten. Op basis van het experiment had vastgesteld kunnen worden of no cure no pay de goede weg zou zijn of juist niet. 'Om het experiment af te blazen, dat vinden wij geen gelukkig besluit.'
De VVD zal de minister nog voor het reces opheldering vragen en na de zomer mogelijk in debat gaan. (bron: Orde van de dag d.d. 1 juli 2004)

Thans heeft minister Donner besloten de Verordening tot wijziging van de Verordening op de Praktijkuitoefening (onderdeel resultaatgerelateerde Beloning) te schorsen tot 6 maart 2005. De motivering van de bewindsman in het schorsingsbesluit luidt als volgt: 'De Verordening bevat onder meer het gevaar dat de essentie van de rol van de advocaat, het zijn van een onafhankelijke vertrouwenspersoon die primair de belangen van zijn cliënt verdedigt, ernstig wordt aangetast. Het daarnaast wegvallen van een zorgvuldige kosten-batenanalyse door de rechtzoekende kan leiden tot lichtvaardig procederen, hetgeen gelet op het belang van een goed functionerende rechtsbedeling ongewenst is. Deze bezwaren zijn zo zwaarwegend dat het algemeen belang dat is gediend met een goede rechtsbedeling, een eerlijk proces en het vertrouwen in de advocatuur, handhaving van het verbod op het bedingen van een resultaatsgerelateerde beloning rechtvaardigt.'
De Verordening dient daarom vernietigd te worden, aldus Donner. De minister gaat echter eerst over tot schorsing, omdat 'een zorgvuldige voorbereiding van het besluit de nodige tijd vergt'. 'Het is derhalve mede om die reden wenselijk, hangende de voorbereiding van het besluit tot vernietiging, de Verordening van de Nederlandse Orde van Advocaten van 25 maart 2004 (...) te schorsen.' De Orde zal in het kader van het vernietigingsbesluit gehoord moeten worden door de bewindsman. Daarna gaat het vernietigingsbesluit voor advies naar de Raad van State. (bron: Orde van de dag d.d. 7 oktober 2004)

ASP vindt dat in het belang van slachtoffers de mogelijkheid dient te bestaan om in het schaderegelingstraject te kiezen voor een No Cure No Pay afspraak met hun advocaat. Uiteraard dienen de voor- en nadelen van een dergelijke overeenkomst te worden besproken met het slachtoffer. ASP heeft op 26 september 2003 (zie hieronder: "Congres No Cure No Pay") met het oog op de belangen van de consument een modelcontract voor No Cure No Pay gepresenteerd en toegelicht. De integrale tekst van de ASP model-overeenkomst is te lezen en/of te downloaden als word-bestand.

 

« Terug naar overzicht






Bezoekadres:



Postadres:

Geen postadres aanwezig


Tel:
Fax:


Electronisch:
Prive:
Kantoor:
Internet: